Buxusleed

Leven in balans, Mantelzorg Geef een reactie

Voor mijn gevoel en uitgaand van mijn eigen meetlat gaat Mon in hele, hele kleine stapjes vooruit. Meer dan 3 maanden geleden begon hij – samen met zijn fysiotherapeut – aan de trap naar de bovenverdieping in ons huis. (je leest hierover meer in mijn blog ‘Boven slapen’). Na zijn langdurig ziek-zijn vorig jaar, bouwt hij opnieuw aan zijn coördinatie en mobiliteit. In het begin ging hij heel voorzichtig en met de bescherming van de therapeut naar boven, totdat hij zich weken later veilig genoeg voelde om samen met mij de trap op en af te lopen. En weken later ging hij op een dag 3x keer naar boven en beneden. Eerst met zijn fysiotherapeut, later die ochtend met mij samen en ‘s middags alleen….helemaal zelfstandig, super geconcentreerd naar boven en hij ging naderhand ook weer alleen en zelfstandig de trap af. Voor mijn gevoel tergend langzaam, maar voor hem zijn het immens grote stappen. Ik leer dat geduld en veerkracht mijn gidsen zijn, maar leer ik ook dat mijn meetlat niet de zijne is. Die derde keer ging hij naar boven met een reden. De PC op de werkkamer (op de bovenverdieping) was vastlopen en hij wilde zelf proberen dit te herstellen. Hij had een doel om naar boven te gaan, zijn eigen doel.

Mon heeft afwisselend goede en slechte dagen. Wanneer hij op een dag de trap goed op en af kan, wil dat niet gelijk zeggen dat dit de volgende dag weer kan. Op goede dagen probeert en doet hij meer zelf, kan zelf ‘meehelpen’ bij het opstaan vanaf een stoel of vanuit zijn bed. Op slechte dagen lukt dat niet en heeft hij veel en vaak hulp nodig. Een vriendin vraagt hoe het met hem gaat en ze krijgt mijn eerlijke antwoord: Het gaat zo ontzettend langzaam, dat ik de vooruitgang bijna niet meer zie. Ik kom bij het punt om te accepteren dat ook dit is zoals het is, maar ik wil het zo ontzettend graag anders……

De tuin was/is Mon’s grote hobby. De frustraties omdat hij de tuin niet zelf kan onderhouden zijn vaak nog groot, maar de interesse voor zijn tuin zit diepgeworteld. Sinds zijn ongeval hebben we hulp voor het grotere tuinonderhoud. Dinsdag was de tuinman hier en bij het snoeien van vele buxusstruiken en haagjes zag hij dat verschillende buxushaagjes zijn aangetast, het lijkt wel of er een plantenziekte in zit, zegt hij. Hij vertelt het Mon. Die wil het zelf zien en wil de tuin in. Ik schrik toch wel een beetje, maar hij wil het. Dat is het doel, zijn eigen doel: zelf zien en naar een oplossing zoeken. Na het eten vraagt Mon of ik mee loop. Natuurlijk doe ik dat en zo gaan we voorzichtig over het tuinpad, de hondjes trippelen om ons heen. We zijn net een gewoon gezin. Het emotioneert me, Mon komt nauwelijks buiten en was maandenlang niet meer achter in de tuin.

Terwijl hij de buxus-struiken bestudeert, zou ik spontaan kunnen dansen daar op dat grasveld. Wat een prestatie levert hij weer. Maar hij moet zich nu concentreren, ook in zijn stilstaan en vooroverbuigen. Afleiding kan hem verstoren, dus dans ik in mijn hoofd en met mijn hart en let op hem. Of ik een paar blaadjes van de zieke struik kan plukken. Tuurlijk en in zijn tempo gaan we vervolgens weer naar binnen. Terwijl hij van deze grote inspanning uitrust op zijn stoel aan zijn PC, leg ik de blaadjes op zijn bureau. Mon bekijkt de blaadjes intensief en vindt na enig digitaal speurpunt de oorzaak en de oplossing van het buxus-euvel. Het is dezelfde plantenziekte als enkele jaren geleden in de tuinen van Paleis het Loo heerste en kan dus heel snel de hele tuin aantasten. Nu is onze tuin geen paleistuin, maar de buxushagen en -struiken zijn ook hier niet meer op 10 vingers te tellen. Hij moet er niet aan denken.

Dinsdagavond – wij kijken het Journaal – vraagt hij of ik nog van huis ga deze week. Ik dacht gelijk: hij piekert weer en vindt het nog steeds moeilijk als ik van huis ben. Ik geef me niet over aan deze veronderstelling en vertel dat ik woensdagmiddag een boodschap wil doen, dat ik vrijdag nog een afspraak heb en vraag waarom hij dit wil weten. Of ik dan ook bij het tuincentrum spul voor de buxus-ziekte kan halen. En ik leer: veronderstellingen niet zomaar voor waar aannemen, maar eerst checken of het klopt wat je denkt. Natuurlijk ga ik voor hem naar het tuincentrum.

Woensdagmorgen: ik zit aan mijn laptop en hoor Mon roepen: “Ik heb je een mailtje gestuurd.” Ik open mijn mailbox en lees alle informatie met Latijnse namen van de mogelijke plantenziekte. Hij heeft een afbeelding van de verpakking gedownload en toegevoegd. Uitgebreid verwoord hij wat hij nodig heeft. Zo ken ik hem, zo was hij vroeger ook in zijn werk: goed en kritisch onderzoeken en vervolgens uitgebreid documenteren. Ik besef hoeveel energie deze mail van hem vergde, maar geniet tegelijkertijd omdat ik zijn stijl en aanpak herken.

Woensdagmiddag: In de mail op mijn telefoon staat alles wat ik nodig heb om in het tuincentrum zonder verdere hulp te vinden wat ik nodig heb. Deze week is een feestje en dat wil ik vieren. Op de terugweg haal ik 2 ijsjes bij de ijsboerderij en rij – dansend in mijn hoofd en met mijn hart – naar huis.

Mantelzorg is mijn meest intense levensles ooit. En Mon is mijn beste docent.

24 juli 2014

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *